dat zegt ons Martin Hendriksma, hoofdredacteur van het platform Gebiedsontwikkeling.nu aan de TU Delft. Hij schreef ook boeken, waaronder Aan zee en De Rijn, twee boeken waarvan ik in ieder geval zeer genoten heb. De door onszelf veroorzaakte klimaatverandering leidt ertoe dat ooit bruisende rivieren een miezerig stroompje zijn geworden en in droge tijden slinken tot stoffige geulen waar scheepvaart niet of nauwelijks nog mogelijk is. Dat leidt tot grote economische schade maar nog veel ernstiger is het gegeven dat door die toenemende droogte onze zoetwatervoorziening in het gedrang komt. Ik durf wel te beweren dat wij het nog gaan meemaken dat water op de bon gaat.
In een razend interessant artikel in de NRC van 20 augustus schetst Hendriksma hoe het zo ver heeft kunnen komen. Maar nog belangrijker is dat hij ook een visie neerlegt om de gerezen problemen tegemoet te treden. Wijzelf zij n de grootste verspiller van zoetwater, zegt Hendriksma. We laten ruim tweederde van het door de grote rivieren aangevoerde water ongebruikt in de oceaan stromen. Maar voor een oplossing brengt het ons niets als we naar de Fransen en de Duitsers wijzen. Want, zo stelt Hendriksma, wij hebben de Noordzee als zoetwaterbassin. Huh?
Jazeker: onder de Noordzee bevindt zich een enorme bel met zoet grondwater. Wereldwijd ligt er onder de zeebodem meer dan een miljoen kubieke kilometer zoet water. En de Noordzee is een van de meest kansrijke gebieden die ons voor honderden jaren voldoende zoet water kan leveren. Zeker, die waterwinning is niet goedkoop maar schaarste maakt ons al gauw bereid de portemonnee te trekken. Ook het Grevelingenmeer, dat nog altijd zout is zonder dat daartoe ook maar enige noodzaak bestaat, kan relatief eenvoudig zoet gemaakt worden.Met ruim 500 miljoen kubieke meter inhoud kan daar een tweede regenton voor Nederland ontstaan. Een derde mogelijkheid biedt het herinrichting van onze kustlijn. Door kunstmatige eilanden buiten de kust te realiseren kan een e norm zoetwaterbekken ontstaan.
Ik lees graag dit soort artikelen. De vraag is of de politiek het aandurft principiële keuzes te maken om onze watervoorziening voor de komende eeuwen te garanderen en daar dan ook de nodige middelen voor vrij te maken. Tja, dat vraagt om een doortastende overheid. Ziet u het gebeuren? En ondertussen hoop ik al die achterlijke idioten die nu dood en verderf over de Waterschappen uit willen storten dit soort verhalen nu ook eens lezen en bereid zijn hun energie in iets positiefs om te zetten. Als we ons hier allemaal sterk voor willen maken, wordt het misschien ooit nog wat.





















