Jaren geleden al postte ik hier een stukje over onbegrijpelijke taal in het land der kunsten. Heel veel moderne kunstenaars maken kunst (bijna altijd gaat het dan om de zogeheten conceptuele kunst) voor conservatoren en museumdirecteuren. Over het publiek dat naar hun kunsten zou moeten komen kijken maken ze zich totaal geen gedachten. Dat publiek, zo komt het mij voor, interesseert hen in het geheel niets. Er is niet echt een woord om aan te geven waar we hier mee te maken hebben. Een writer's writer komt het dichtst in de buurt maar dat is dan weer een Engelse term en dat heb ik liever niet. Een schrijver's schrijver dan maar?
In de NRC van 7 april staat een artikel van Sophie Dieudonnée, oprichter van Creatives in Conversation, onder de titel De kunsttaal heeft een slop-probleem. Zij beschrijft eigenlijk precies wat ik al jarenlang beweer, namelijk dat de professionals in de kunstwereld een taal gebruiken die niemand meer verstaat of begrijpt, zelfs zij die de taal uitspreken niet. Zo schijnt het belangrijkste begrip in de hedendaagse kunst 'intersectionality' te zijn maar niemand weet wat het betekent.
Ik heb jaren geleden eens bij Into Nature in Drenthe midden in een weiland een dieselmotor zien staan, een fraai apparaat, waar een A-viertje bij hing dat ons vertelde dat de kunstenaar in het hart van de motor de ingewanden van een dood schaap had opgeborgen en dat de combinatie van techniek met dode ingewanden een bijna mythische conclusie kon worden getrokken. U snapt wat ik bedoel, uitleg op papier bij een kunstwerk is wel het laatste wat ik wil zien en iets in een kunstwerk verstoppen zonder dat je als kijker kunt verifiëren of die ingewanden ook echt aanwezig zijn? Dat is het werk van charlatans. Maar Hans den Hartog jager was diep onder de indruk en dan zit je als kunstenaar gebeiteld.
En dat probleem heb ik wel vaker met conceptuele kunst of installaties. Dat soort werk wordt gemaakt door mensen die niets van het gewone publiek moeten hebben. Zij maken werk voor elkaar en voor de museumdirecties die ze hopen te overtuigen hun werk van inferieure kwaliteit aan te kopen. Lees maar eens de artikelen van Anna Tilroe of voornoemde Hans den Hartog Jager, ik kan er meestal geen touw aan vast knopen.
Met instemming dus las ik het artikel van Sophie Dieudonnée maar tegelijkertijd stoor ik me aan haar Engels. Zij heeft het over een slop-probleem en intersectionality en liminality. En haar eigen organisatie heet Creatives in Conversation. Probeert u dat maar eens in goed Nederlands te vertalen. Tja...

Geen opmerkingen:
Een reactie posten