We zijn zeer gecharmeerd van Argyll and Bute. Het is hier rustig en nauwelijks toeristisch, het landschap is soms lieflijk maar telkens weer verrassend. Hier heb je niet de highlights zoals op Skye, maar daar zijn we alleen maar blij mee, hier komen de horden toeristen niet op af, er is te weinig dat voor de moderne toerist de wow-factor heeft. Gelukkig maar, wij doen er ons voordeel mee.
Vandaag bezochten we Kilbride Bay, Portavadie en Thighnabruaich. Kilbride Bay is een wat weggestopt strand maar van een ongekende schoonheid. Weids en met een schitterend uitzicht op het eiland Arran (helemaal zeker ben ik hier niet van maar ik houd het vooralsnog op Arran) Wat heel erg fraai is bij het ontwaren van een bergrug aan de overzijde van een water is de strook mist die van het zeewater op lijkt te stijgen. Misschien heeft het vooral met de temperatuur te maken, vanmiddag hebben we geluk, de zon breekt door, de lucht breekt open en de temperatuur stijgt. Sommige daredevils wagen zich zelfs in het water, mij lijkt dat nog steeds erg koud en ik waag me er niet aan. Het is hier prachtig en doodstil. En Kames en Tighnabruaich waren ook al heerlijke kleine dorpjes.
We zijn hier nooit eerder geweest en zitten deze week in een prachtige cottage met uitzicht op zee. Vanochtend zijn we een paar uur op het strand bij Kilfinan geweest en het is onvoorstelbaar wat je daar allemaal aantreft. Veel lavagesteente dat weer ander gesteente ooit in vloeibare toestand heeft omarmd om vervolgens te stollen. Talloze wieren waarvan sommige verrassend lekker smaken. En veel poliepen op steen en schelp. Je denkt dat het vlekjes of korstmossen zijn maar als je inzoomt zie je duidelijk de klepjes van de poliepen. We zien veel getijdepoeltjes en die doen me onmiddellijk denken aan dat prachtige boek De zee is niet van water van Adam Nicholson. Nicholson (die overigens ook een werkelijk schitterend boek schreef over de Shiant Isles onder de titel Zeezicht) heeft uitgebreid studie van juist die getijdepoeltjes gemaakt. Ik herinner me fascinerende verhalen over de zandvlo en garnalen, rivierkreeften en alikruiken, strandkrabben, de oester en de zeeanemoon en nog veel meer. Ronduit fascinerend!
Ik ben helaas geen bioloog of geoloog, ik kan deze omgeving alleen maar bekijken door lekenogen maar dan wel een leek met een diepe fascinatie voor de natuur in de meest brede zin. De mens is vergeleken bij de natuur een hopeloze stumper en ploeteraar die in zijn onmacht en onkunde alleen maar schade aanricht.
Zo lopend over deze in geologisch en biologisch opzicht zo bijzondere kustlijn moet je de blik vooral omlaag houden. Je ziet de prachtigste vormen en manifestaties van de natuur op deze planeet. Als amateurfotograaf (en misschien mag ik mijzelf zelfs niet dát noemen) probeer ik sprekende opnames te maken van wat je hier zoal aantreft. Wat een genot!
Op het meest westelijke punt van Skye, Neist Point, staat een iconische vuurtoren, ontworpen door David Alan Stevenson (1854-1938) en gebouwd in 1909. Tot de dag van vandaag nog in gebruik, zij het geautomatiseerd. Het lighthouse is tevens voorzien van een enorme misthoorn maar ik vermoed dat die niet meer gebruikt wordt. Deze Stevenson ontwierp in totaal 26 vuurtorens in en rond Schotland en hij werkte mee aan nog eens 90 andere lichtbakens.
De vuurtoren is te bereiken vanuit Glendale, een gehucht dat te bereiken is door een lang single track road met passing places af te rijden. Het landschap is hier sprookjesachtig en ronduit magisch. De laatste 3 km moeten lopend worden afgelegd, veel klimmen en dalen maar aan het einde wacht een heerlijke beloning. De vuurtoren is goed verborgen achter een enorme puist in het landschap. Maar wat een pracht voor wie er van houdt. Ik vind vuurtorens altijd iets magisch' hebben, ze blijven me fascineren. Jaren geleden stapten we 's morgens om vier uur uit bed op het Griekse eiland Kythera om er na een wandeling van een uur of twee de zonsopgang bij de vuurtoren te kunnen bewonderen. Die vuurtoren zou ook door Stevenson ontworpen kunnen zijn. De architect daarvan is echter niet bekend, wel dat het de grootste vuurtoren is die de Britten in Griekenland hebben gebouwd. Wij zagen aan de voet van die iconische vuurtoren de rozevingerige dageraad, waarvan Homerus zo vaak kond deed in zijn Odysseus. En over vuurtorens gesproken, zag u ooit die waanzinnige film van Robert Eggers, The Lighthouse? Met prachtrollen van Robert Pattinson en Willem Dafoe? Gaan kijken als u de kans krijgt! Onvergetelijk en even afschuwwekkend!
Terug naar Neist Point, omgeven door honderden torentjes van stenen. Vroeger waren ze bedoeld om mensen de weg te wijzen door onduidelijk landschap maar ik vrees dat de moderne mens er vooral spirituele bedoelingen mee heeft. Daar moet ik niets van hebben, ik ben vermoedelijk de minst spirituele mens op aarde. En toch is het een bijzonder gezicht, al die honderden stenen torentjes. En voor een geoloog - ik ben dat helaas niet - is het hier helemaal om te smullen. Je ziet werkelijk fenomenale rotsformaties. Maar voortdurend wordt je blik naar die iconische vuurtoren getrokken. Ik vind het prachtig, het tart je verbeelding en het doet me sterk denken aan een van de fraaiste boekjes die ik de laatste jaren las: Pocket Atlas van Afgelegen Eilanden van Judith Schalansky . Uiteraard heb ik ook Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld van José Luis González in mijn bezit evenals De eilanden van goed en kwaad van Adwin de Kluyver maar het boekje van Judith Schalansky steekt er toch met kop en schouders boven uit. Sowieso een schrijfster om in de gaten te houden, ik las al haar boeken en kijk reikhalzend uit naar nieuw vertaald werk van haar hand.
Maar terug naar Neist Point. Mocht u ooit Skye willen bezoeken, houd dan rekening met overvolle parkeerplaatsen en drommen toeristen. Vergeet al die highlights en bezoek Neist Point. Dat is pas spectaculair, mind blowing en inspirerend. Nu ja, voor wie het zien wil, natuurlijk.
Portree is het grootste stadje op Skye. Het telt vierduizend inwoners maar het zal geregeld meer dan verdubbelen door de toevloed van toeristen. Het stadje ligt op een helling, onderaan een kleine haven en huisjes in allerlei kleuren. Vermoedelijk een van de meest gefotografeerde straatjes in het Verenigd Koninkrijk. Vroeger vertrokken Schotten, de armoe beu, vanuit Portree naar Amerika. Nu leeft de stad, het hele eiland van het toerisme.
Ik vroeg een lokaal onderneemster of ze al die toeristen niet beu werd. "Tja, zei ze, ik leef ervan dus ik mag niet mopperen maar het toerisme neemt hier jaarlijks alleen maar toe. Het ergste is als zo'n enorm cruiseschip hier aanlegt, dan worden er in één keer een paar duizend mensen de wal op gespuugd en dan wordt zo'n plaatsje als Portree gewoon overlopen. Bovendien, vervolgt ze, wij hebben hier niet de infrastructuur om zoveel mensen op te vangen. De wegen zijn te smal, er zijn nergens voldoende parkeergelegenheden en zo voort". Dit laatste hebben we zelf aan den lijve ondervonden tijdens onze rondrit over het noordelijk deel van het eiland. Parkeerplaatsen genoeg maar lang niet groot genoeg om iedereen een plek te bieden. Een bezoek an The Man of Storr lieten we maar voorbijgaan, het was er al veel te druk.
Ook vandaag, als het hoogseizoen nog moet beginnen, merken wij de druk van het toerisme en laten we wel zijn: ook wij zijn toeristen. We willen ergens lunchen maar de paar gelegenheden die open zijn puilen uit van de mensen. Er is nergens plek. We nemen ons voor om voor onze volgende reizen oorden op te zoeken die wat minder in trek zijn bij de grote toeristenstromen. Vooralsnog valt ons nog geen nieuw reisdoel te binnen. De moderne mens wil reizen, wil alles zien, wil overal toegang krijgen en wie zou ze dat willen verbieden? Gek genoeg is autorijden op Skye een heerlijk genoegen. De wegen zijn uitstekend en het lijkt wel of al die toeristen al op hun plaats van bestemming zijn. Al die plaatsen van bestemming zijn overvol maar de wegen zijn leeg. Heerlijk en het landschap is onvergetelijk fraai.
Later op de dag doen we inkopen bij een van de weinige supermarkten op heel Skye en keren terug naar ons gezellige cottage, het regent geregeld en de wolken draperen zich over de heuveltoppen. We bezien de wereld door een grijssluier. Ik begin aan Ik ben Aizaak van Lammert Voos, een schrijver die ik u van harte kan aanbevelen. Een verhalenverteller pur sang in ongepolijste en directe taal.
Wij reizen twee weken rond op Skye, we zijn toeristen onder toeristen en daar zijn er een heleboel van hier. Het is niet anders. Maar we trekken ons er niets van aan en op onze eerste wandeling kwamen we zelfs helemaal niemand tegen. Skye is een eiland en slechts met één brug direct verbonden met het vaste land van Schotland. Het landschap is vaak ruig en dan weer lieflijk en soms sprookjesachtig zoals in de Fairy Glenn. Bomen zijn hier nauwelijks (meer).
Wij zitten in een kleine cottage net buiten Uig waarvandaan de Caledonian MacBrayne dagelijks enkele keren naar de Outer Hebriden vaart. Jaren geleden voeren wij met dit schip naar Tarbert in Harris, het werd een iconische en onvergetelijke reis.
Vandaag maakten we in goddelijk weer een prachtige rondrit langs The Man of Storr en Staffin om aan het einde van de dag The Fairy Glen te bezoeken. Een merkwaardig landschap dat doet denken aan het gebied rond Le Puy in Frankrijk maar dan kleiner. Is het Franse landschap rond Puy de Dome voorname;ijk vulkanisch, The Fairy Glenn is ontstaan na heftige aardbewegingen lang geleden waarna ijs en water het landschap langzaam omvormden tot kleine heuvels met een sterk geribbeld uiterlijk. Een werkelijk uniek landschap.
Ik kende tot nog toe alleen de Talisker whisky, puike drank hoor. Maar ik trof er ook de naar het desbetreffende eiland Raasay genoemde whisky aan en wat een voltreffer bleek dat! Het is de enige peated whisky die een nadrukkelijk fruitige afdronk heeft. Overheerlijk en onvergetelijk. Ik heb deze whisky in Nederland niet eerder aangetroffen. Dat is jammer.
We zijn pas twee dagen onderweg en kunnen maar niet genoeg krijgen van dit waanzinnig mooie land. De meegenomen boeken zijn nog steeds niet geopend, er is te veel te zien hier. We vergapen ons aan het landschap en de iconische kusten. En de tuinen van het Dunvegan Castle vonden we ronduit spectaculair! Dat kasteel moet je maar gauw vergeten, het hing vooral vol met slecht geschilderde schilderijen van adelijke geslachten. Who cares?
Gidi Markuszower is een gevaarlijke gek, een volksmenner, een leugenaar en een totaal onverantwoordelijk politicus. Waarom hij zich van Wilders afscheidde is een gotspe,hij is net zo gevaarlijk en abject als voorheen zijn leidsman. In het debat over asielopvang laat hij zich van zijn meest ranzige kant zien en toont hij aan dat hij er electoraal baat bij denkt te hebben het vuurtje eens flink op te steken. Hij legitimeert daarmee het geweld dat ultrarechtse kringen steeds vaker en steeds nadrukkelijker toe willen passen om hun doel te bereiken. Politici als Markuszower, Wilders en Keizer hebben baat bij chaos, daar kunnen ze politiek garen uit spinnen.
Ik citeer hem met een paar zinnen uit een artikel in de NRC: Al na een paar zinnen heeft Markuszower het ene na het andere Kamerlid
op de kast: volgens hem ging het in Loosdrecht om „een paar incidenten”,
hij vraagt zich af of „het geweld” van de politie tegen demonstranten
„wel proportioneel was”, hij heeft het over een asielzoeker die tegen
omwonenden een gebaar zou hebben gemaakt alsof hij hun keel wilde
doorsnijden, hij had gehoord dat de brand die was ontstaan bij de
asielopvang misschien wel vanzelf was ontstaan, en dus niet was
„aangestoken”. Hij zegt ook dat „de rechten van mensen worden vertrapt
en kapot gebeukt”. En volgens hem wil de waarnemend burgemeester in
Loosdrecht met zijn noodopvang indruk maken op zijn „elite-vriendjes”.
Voor de rest zoekt u het zelf maar op, het is vast wel ergens op YouTube te vinden. Burgers die politici als Marksuzower menen te moeten volgen zijn verwijtbaar dom, verwijtbaar goedgelovig. Of ze hebben geen hersencellen om zelf na te denken of ze gebruiken die paar hersencellen die ze wel hebben niet goed genoeg. Iedereen die een grote bek heeft mag in microfoons en camera's roeptoeteren dat ze er helemaal klaar mee zijn. Het schijnt dat de AIVD gaat onderzoeken waar de terreurgroepen vandaan komen. Ik zeg u, die komen uit allerlei hoeken en gaten, uit talloze riolen gekropen. Zij zijn alles behalve lokale burgers die hun angst en onrust willen ventileren. Ook zij zijn, net als Markuszower uit op chaos.
Ik schrijf hier al jaren dat de Pax Americana voorbij is maar dat mag geenszins tot de slotsom leiden dat wijzelf nog wel tot een beschaving zouden horen. Eerder al heb ik de joden geëxcommuniceerd, zij maken wat mij betreft geen deel meer uit van de menselijke beschaving. Maar laten we eerlijk zijn, we zijn zelf ook hard op weg naar de uitgang.
Er zijn twee niet-autochtone schrijvers die zich verzetten tegen een wereld waarin 'de ander' simpelweg tot vijand wordt uitgeroepen. Karin Amatmoekrim schrijft in Grenzend aan liefde dat de slavernij het morele failliet van de westerse mens inluidde en ze wijst er nog maar eens op dat het toch echt West-Europeanen waren die de joden probeerden uit te roeien. Desondanks wil iedereen ons momenteel doen geloven dat moslims de grootste vijanden van joden zijn. Niets is minder waar.
Lotfi El Hamidi schrijft in Stakkers en wolven dat Nederland steeds racistischer wordt en licht dat toe aan de hand van een tiental essays over Palestina, Gaza, Wilders, de Maccabi-rellen en zo voort.
De onbeschaafdheid van ons land culmineert juist in deze dagen in Loosdrecht waar jongeren uit de wijde omgeving rotzooi komen trappen, politie en hulpverleners bedreigen en bekogelen en brand stichten, gesecondeerd door Gooise vrouwen die er nog een schepje bovenop doen en graag meezingen in het koor dat buitenlanders stigmatiseert en tot verkrachters uitroept. Laten we niet vergeten dat het politici zoals Wilders, van der Plas en Keizer zijn die het volk ophitsen met klinkklare leugens.
Ik hoor geregeld dat we een luisterend oor moeten bieden aan het volk dat niet meer bestand zou zijn tegen asielzoekers en vluchtelingen. Maar ik doe daar niet aan mee. Helaas is de gemiddelde Nederlander dom genoeg om zich uit te laten lokken en mee te doen aan dat rare idee van 'vol is vol'. Als de politiek van meet af aan had gekozen voor kleinschalige opvang op basis van een alleszins redelijke spreidingswet en als de politiek ervoor had gekozen asielzoekers onmiddellijk te laten integreren door een taal-eis te koppelen aan toestemming om legaal te kunnen werken, dan was er in het geheel geen asielzoekerscrisis geweest.
Ik heb meer dan schoon genoeg van al die betogers die met geweld en leugens verzet plegen tegen een menswaardige opvang van asielzoekers. Ik wens zulke mensen een toekomst toe waarin ze zelf een beroep op anderen moeten doen omdat ze hier, bijvoorbeeld door stijgend zeewater, weg moeten vluchten. Ondertussen, en dat is ronduit zorgelijk, kunnen wij niet langer volhouden dat wij nog een beschaafd volk zijn. Vraag mensen wat het woord 'solidariteit' betekent en u wordt glazig aangekeken. We moesten ons diep en diep schamen.
Van Trenque Lauquen had ik nog nooit gehoord maar toen de film werd aangekondigd hebben we meteen kaartjes gekocht. Gisteren was het zo ver, meer dan vier uur naar een film kijken, dat doe je niet iedere dag. In het filmhuis Arnhem wordt zo'n film steevast vooraf gegaan door een inleiding maar daar heb ik een gruwelijke hekel aan. Ik wil geheel onvoorbereid door mijn eigen ogen naar een film kijken, niet door de ogen van een ander.
Wat ik inmiddels van de film weet is dat de titel Rondom het meer betekent en dat deel 1 enkele jaren na deel 2 is gemaakt. Dat is mij overigens in het geheel niet opgevallen. En voor het overige heb ik eerst vandaag het artikel van Kevin Toma in de Volkskrant gelezen. Hij is meer dan lyrisch over deze film. En schreef er een aanstekelijk artikel over. Maar ofschoon ik geboeid naar de film heb gekeken, valt er toch wel het nodige op aan te merken.
Deel 1 vond ik ronduit boeiend en ik was benieuwd naar hoe de liefdesgeschiedenis tussen twee mensen in het tweede deel zijn vervolg zou krijgen. Dat eerste deel onderhield overigens geen enkele relatie met het meer. En een echt meer was het nou ook weer niet. Het leek mij eerder een wat groot uitgevallen vijver in een park. Maar goed, dat verhaal werd mooi verteld en het smaakte naar meer. Die geschiedenis kent overigens geen happy end omdat de vrouw zwanger raakt van haar geliefde en daarmee wordt het voortzetten van de relatie onmogelijk. Waarom? We komen het niet te weten. Laura, die deze geschiedenis op een wat wonderlijke manier had ontdekt, was verdwenen. Waarheen en waarom? We weten het niet en dat blijft ook een raadsel. Dat een film over een raadsel, of eigenlijk meerdere raadsels, die raadsels uiteindelijk niet ontsluiert, vind ik geen probleem. Raadsels zijn soms fascinerend en tarten je verbeelding en fantasie. En die kunnen weer met je aan de haal gaan.
Maar in deel 2 komt die hele liefdesgeschiedenis niet meer voor, die verhaallijn wordt gewoon vergeten en in plaats daarvan worden we geconfronteerd met twee raadselachtige vrouwen die wat te maken schijnen te hebben met een verontrustend verhaal dat in de stad rondgaat: er is een amfibieachtig (?) wezen in het meer ontdekt en kennelijk logeert dat wezen bij die twee vrouwen. Onze hoofdpersoon Laura (deel 1 gaat behalve over die erotische liefdesgeschiedenis vooral over de verdwenen Laura en de zoektocht naar haar) komt op een raadselachtige manier in contact met die twee vrouwen. Dit tweede deel gaat dus over die twee vrouwen die Laura al snel aanvaarden als een betrouwbare metgezel en uiteindelijk bereid blijken het in het meer aangetroffen wezen aan haar te onthullen. Maar dat gaat niet lukken ook al wordt niet onthuld waarom precies. De twee dames verdwijnen spoorloos met medeneming van het amfibieachtig (?) wezen. Waarom en waarheen? We weten het niet. En dan besluit Laura te vertrekken. Waarom en waarheen? We weten het niet. En dan is de film afgelopen.
Welnu, ik kom tot een afronding. In het tweede deel voelde ik me volledig op het verkeerde been gezet. Een boeiende geschiedenis kreeg geen vervolg terwijl, vermoed ik toch, alle kijkers daar wel op hadden gehoopt. In plaats daarvan kregen we een onmogelijk verhaal over een vreemd wezen voorgeschoteld, de film werd behoorlijk gothic. Maar we werden in het geheel niets gewaar over deze toedracht, wat was dat voor een wezen, waar kwam het vandaan, waarom dook het juist daar op, wat deden die twee vrouwen daar precies mee en waarom, waarom moesten ze hun werk staken en waarheen vluchtten zij? Allemaal onbeantwoorde vragen. Waarom kreeg ik dat verhaal in vredesnaam voorgeschoteld? Ik vond deel 2 ronduit onbevredigend. En Laura begint dan aan een zwerftocht, zij betreedt een duister dranklokaal met een jas aan maar vertrekt de volgende ochtend in een andere trui maar zonder jas om de volgende dag een jas en schoenen te stelen van een collega zwerver die voor haar heel lief een ontbijt had neergezet? Hoezo en waarom? We weten het niet.
Kortom, dit was wel heel erg veel raadselachtigheid in één film. Aanvankelijk bestond de film dus enkel uit deel 2 maar het is juist het eerste deel dat de film de moeite waard maakte. Anders gezegd, het verhaal beloofde veel goeds maar eigenlijk werd niets van die belofte ingelost. En toch heb ik geboeid zitten kijken, ook al vind ik een gothic verhaal doorgaans stierlijk vervelend, dat is geen genre dat mij ligt. Het enthousiasme van Kevin Toma deel ik dus niet. Ik vond het een interessante ontmoeting maar echt een goede film? Nee, dat kan ik niet beweren.
Bepaald niet voor het eerst waarschuwt het CPB nog maar eens dat de inkomensverschillen in ons land te groot zijn, almaar toenemen en uiteindelijk een bedreiging voor de democratie, de kansengelijkheid en toekomstige welvaart vormen. En de oplossing is zo simpel: belast niet langer arbeid maar belast vermogen. Ons huidige belastingstelsel verstoort het vrije economische verkeer, zegt het CPB.
Het CPB adviseert de arbeidskorting, de hypotheekaftrek en het lage winstbelastingtarief voor ondernemers af te schaffen. Ook dient een einde gemaakt te worden aan de ruimte om voor welvarende huishoudens om in box 2 te sparen in plaats van te ondernemen. Ook de hoogste tarieven IB moeten verhoogd onder gelijktijdige reductie van aftrekposten is een noodzakelijke maatregel. Evenals een hoger eigenwoningforfait en welvarende ouderen laten meebetalen aan de AOW.
Maar u denkt toch zeker niet dat dit kabinet hier verandering in gaat brengen? U heeft die akelige VVD-mevrouw toch ook goed gehoord? Nee hoor, voorlopig gaat er helemaal niets veranderen. Ik zie Rob Jetten hier de knuppel nog niet in het hoenderhok gooien. U wel?
Zoals u weet drukken we de inkomensongelijkheid uit in de Gini coëfficiënt, een getal tussen 0 en 1. Hoe lager het getal, hoe kleiner de inkomensverschillen. In bovenstaande tabel ziet u die coëfficiënt tussen 2011 en 2018.
Als u het nieuws een beetje gevolgd heeft weet u inmiddels dat dat kan. De directeur van Milieudefensie vertrekt naar een duurzaamheidspositie bij Tata Steel. Milieudefensie was not amused en zette Donald Pols onmiddellijk op non-actief. De vraag is of je zo'n stap kunt zetten zonder je geloofwaardigheid te verliezen.
Toen Johan Cruyff ooit naar Feyenoord overstapte en Wim Jansen naar Ajax stonden 010 en 020 op hun achterste poten. Maar hun overstap was eigenlijk volstrekt normaal. Sterker nog, het pleitte voor beide voetballers dat ze zich niks aantrokken van die typische stadse sentimenten. Kwade tongen beweerden dat ze zich door geld lieten leiden maar ja, daarin verschilden ze niets van alle andere voetballers, so what's new?
Donald Pols vertrekt naar Milieudefensie naar een van de grootste vervuilers in ons land. Hij gaat daar iets op de afdeling communicatie aan duurzaamheid doen. Maar daar wordt het beleid niet gemaakt, beste Donald. Daar moet je het door de bedrijfsleiding vastgestelde beleid verdedigen, ook al trekt die leiding zich helemaal niets aan van het klimaat of van de omwonenden die aantoonbaar zieker worden dan gewone Nederlanders elders in ons land doen.
In de NRC stelt Arjan keizer, voormalig manager duurzaamheid bij Shell, dat Tata Steel een conservatief bedrijf is dat in beweging gebracht moet worden. Maar daar zit hem nu net de kneep. In de afgelopen twintig jaar heeft Tata Steel laten zien in het geheel niet te willen bewegen, geen enkele kant op. Ze willen alleen maar doorgaan met hun gevaarlijke en gezondheidsbedreigende bedrijfsvoering. E n dar moet dan ook nog twee miljard Nederlands belastinggeld ingepompt worden.
Ik ben van mening, en had verwacht dat Donald Pols daar niet anders over zou denken, dat er in Nederland geen plaats is voor Tata Steel. We moeten het bedrijf sluiten en die twee miljard gebruiken om de elfduizend werknemers van het verwoestende bedrijf elders aan een baan te helpen. Daar zijn genoeg mogelijkheden voor in het Nederland van vandaag. Het vraagt enkel wat politieke moed. En laat het nu net daar aan ontbreken in ons land, op vrijwel alle niveaus! Dus ja, Donald Pols kan die overstap maken maar wat mij betreft is hij al zijn geloofwaardigheid kwijt. Maar misschien verrast hij ons en weet hij die tanker in de goede richting te bewegen. Ik zal dan de eerste zijn om mijn ongelijk toe te geven.