In de Volkskrant van 24 december schrijft theoloog en godsdienstfilosoof Arjan Markus over de arme atheist die geen troost in het leven kan vinden. Hij vooronderstelt dat ieder mens, gelovig of niet, deze troost nodig heeft. Hij kent atheisten die zich er zelfs over beklagen dat het leven zo troosteloos is sinds god eruit weg is geredeneerd. Hoe het ook zij, de atheist mist een bepaalde troost en houvast, die religieuze mensen wel ervaren. En het enige dat de ontroostbare atheist nog kan doen is tenminste nog hópen dat god bestaat, ook al gelooft hij er niet in. "Dat is een veelbelovende weg om troost in het leven te vinden", aldus Arjan Markus.
Deze kulredenering is de theologische variant op wat zwatelaar Donner ooit meende te kunnen beweren: "Uiteindelijk staat de ongelovige eenzaam aan het graf".
Maar beste Arjan Markus, ik ben maar een ordinaire atheist, geen boze en nog minder een ontroostbare atheist. Blijft u vooral geloven waarin u maar geloven wil en als u daaraan troost ontleent - alleen god weet waar u die troost voor nodig heeft - dan gun ik u dat van ganser harte.
Maar uw redenatie gaat al mank bij de onbewezen vooronderstelling dat ieder mens die troost in het leven nodig heeft. U heeft die vooronderstelling nodig om tot deze onzinnige oplossing van een theoretisch probleem te komen: als je niet in god gelooft, hoop dan in ieder geval dat hij wél bestaat, dan behoud je tenminste de mogelijkheid om troost in het leven te vinden. U vergat één extra voorwaarde, beste Markus: om te kunnen wat u voorstelt moet je schizofreen zijn.
Markus noemt zich godsdienstfilosoof en meent kennelijk dat transcendentie zonder het concept van een god onmogelijk is. Peter Derkx, hoogleraar humanistische filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek, heeft daar heel behartenswaardige woorden over geschreven. Die kan ik Arjan Markus van harte aanbevelen. Nu lijdt hij onder een ernstige lacune in zijn kennis. En onwetendheid leidt tot hopeloze misverstanden.