Art Basel is een van de grootste kunstbeurzen ter wereld. Honderden meer en minder bekende galeriehouders geven hier acte de présence. Aan het einde van de middag merkte ik dat ik niets meer opnam, tijd om naar huis te gaan.
Het is heerlijk om hier rond te lopen en te kijken naar het zeer diverse publiek dat hier komt kijken, te luisteren naar het jargon van de galeriehouders die met elkaar wedijveren om er zo exotisch mogelijk uit te zien, lof bewust casual en slordig, dat bleek ook populair.
Wat betreft de kunst is het, althans wat mij betreft, net als met hedendaagse poëzie. Dat is een taal die ik niet spreek, ik kan er niet in doordringen. Waarom vind ik de Kooning prachtig en begrijp ik niets van andere kunst? Ik weet het zelf niet dus ik loop rond en blijf alleen stilstaan als mijn oog ernaartoe getrokken wordt. Soms is de vorm aantrekkelijk, soms de kleuren, soms het beeld. Vaak is het niet eens kunst, eerder een kunstje.
Je moet hier gewoon de tijd nemen en rond kijken. Maar als ik zou moeten kiezen tussen Art Basel en de Biënnale in Venetië, dan wist ik het wel, dan stapte ik subiet in een gondel. Het grote verschil is dat er in Venetië een curator of intendant die verondersteld wordt een complete expositie in te richten op basis van een samenhangend concept of idee. In Basel brengt iedere standhouder zijn eigen protegees.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten