Posts tonen met het label populisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label populisme. Alle posts tonen

donderdag 6 juni 2024

Wat komt er na de verbeelding aan de macht?

 

De tijd van de babyboomers is definitief voorbij. En laten we eerlijk zijn, we hebben er niet veel moois van gemaakt. Ja de armoede is wereldwijd teruggedrongen, de levensstandaard is overal relatief fors verhoogd, mensen kunnen een aanzienlijk langer leven verwachten maar de prijs voor dat alles is hoog, veel te hoog. We hebben ons hele bestaan gebouwd op imperialisme, globalisering en de zegeningen van de markt. Het kapitalisme is onze religie geworden, zelfs de communistische partij in China gedraagt zich als een hyperkapitalistische mogol. Twee belangrijke consequenties: steeds meer macht bij steeds minder maar vooral steeds rijkere mensen enerzijds en het vernietigen van biodiversiteit en op hol brengen van het wereldwijde klimaat anderzijds.

Vandaag gaan we stemmen voor Europa. Ik vrees alleen dat er veel meer mensen gaan stemmen tegen Europa. De politicus is een rattenvanger en er staan er genoeg klaar om goed te luisteren naar de vox populi. Vanaf vandaag waait er een andere wind in Europa, de tijd van mooie dromen is definitief voorbij. En de Amerikanen gaan daar over een paar maanden nog een flink schepje bovenop doen want ik zie niet in hoe Trump kan worden afgehouden van een tweede termijn.

Had ik het maar mis, kan ik morgenochtend maar tegen u zeggen: ik zat ernaast, ik heb de politieke temperatuur toch niet goed aangevoeld. Maar ik vrees dat we er nog lang niet zijn. Mensen willen geen democratie. Niet dat ze allemaal achter een sterke man aan willen lopen. Het gaat mensen er vooral om dat de meerderheid moet bepalen hoe de samenleving eruit ziet. De minderheid heeft simpelweg pech gehad. Dat is de consequentie van het schrappen van het woord 'solidariteit'. Wat mensen helaas niet zien is dat ze, voor ze het weten, toch achter een sterke man aan lopen. We gaan gure tijden tegemoet!

dinsdag 7 februari 2017

Rechts-populisme en fascisme


In een artikel in de Volkskrant van vandaag waarschuwt redacteur Hans Wansink voor de onterechte gelijkstelling van de begrippen populisme en fascisme. Hij verwijst daarbij onder meer naar de wijze waarop Pegida-aamhangers in de Duitse pers worden bejegend en naar de cartoon op de cover van Der Spiegel waarop Trump het Vrijheidsbeeld onthoofd. Dit laatste is in de ogen van Wansink geen satire meer maar demonisering van Trump. Wansink: "Het gelijkstellen van populisme aan rechts-extremisme en zelfs fascisme zet ons op een dwaalspoor. Juist in het gebruik van geweld onderscheidt het fascisme zich van het populisme, dat altijd opereert binnen de kaders van de parlementaire democratie".

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat het gebruik van grote woorden om maatschappelijke of politieke fenomenen te duiden al snel tot misverstanden leidt. Toch kom ik tot een andere analyse dan Wansink. Voor mij zijn Pegida-, Le Pen- of PVV-aanhangers geen fascisten. Daar zijn mensen niet mee bezig. Maar hun politieke leiders bedienen zich wel degelijk van methoden die niet anders te duiden zijn dan in de kern fascistisch.


Om te beginnen zou ik willen refereren aan de uitstekende analyse van Rob Riemen in De eeuwige terugkeer van het fascisme (Atlas 2010). En kijkend naar het politieke toneel van vandaag zien we een aantal fenomenen dat ons buitengewoon zou moeten verontrusten.


In de eerste plaats is er de omgang met de vrije pers. Het Witte Huis beschouwt de vrije pers als de enige echte oppositie en de president weigert journalisten te woord te staan omdat ze in zijn ogen fake news verspreiden waar de president zelf aantoonbaar zijn eigen werkelijkheid creëert door alternative facts tevoorschijn te toveren. In Nederland doet Wilders hetzelfde door zijn weigering journalisten van de (niet voor niets) gevestigde media te woord te staan. Deze populistische politici onttrekken zich aan de controle van het openbare ambt door de vrije pers.


In de tweede plaats laten populistische leiders een ongekend dedain ten aanzien van de rechterlijke macht zien. Trump spreekt van 'so-called judges', Wilders rept zonder blikken of blozen van 'neprechters'. Het openbaar ministerie noemt Wilders zelfs 'handlangers van terroristen'. Deze politici hebben alleen maar last van de scheiding der machten en zouden die scheiding het liefst om zeep helpen.


In de derde plaats moeten we wijzen op de ronduit smerige manier van campagne voeren. We hoeven hier alle escapades van Trump niet te herhalen. Deze wijze van propageren van het eigen gelijk is allang ook tot ons land doorgedrongen. De manier waarop wederom Wilders alles en iedereen schoffeert, nu al jarenlang, is beschamend. Toch wil hij premier van Nederland worden en het interesseert hem geen zier dat de premier verondersteld wordt de belangen van alle Nederlanders te dienen. In dit verband moeten we ook wijzen op de karakterisering - wederom door Wilders - van ons parlement als een 'nepparlement'.

In de vierde plaats is er de omgang met geweld. Voortdurend merkt Wilders op dat het volk zich zal herinneren wie er aan de goede kant van de geschiedenis stond. En hij had er ook geen enkele moeite mee te verklaren dat er een revolte zou ontstaan als hij na grote verkiezingswinst niet zou kunnen regeren. Als dat geen uitlokking van geweld is, wat is het dan wel?


En tot slot wil ik hier nog eens Beppe Grillo opvoeren die zegt: "Het volk is het gelijk. Het hoeft geen gelijk te hebben, het is het gelijk zelf. Het volk is het antwoord en de vraag. Alles begint bij het volk. -- Het volk. Dezelfde taal, dezelfde visie. Dat is toch prachtig?"

Ik vind het opmerkelijk maar ook een enorme misser dat Hans Wansink aan al deze klare tekenen van fascisme gewoon voorbij gaat. En Trump opvoeren als slachtoffer van demoniseren is wat mij betreft toch echt een schoolvoorbeeld van Umwertung aller Werte!

zondag 29 januari 2017

De dictatuur van de meerderheid


Een bizar mengsel van taken noemt Frank Ankersmit het takenpakket van onze volksvertegenwoordigers en hij somt op: bevolking vertegenwoordigen, wetgeving en controle op de regering. Het is ook maar net hoe je het formuleert en ik vind de emeritus hoogleraar in het uitgebreide artikel in de NRC van dit weekend wel erg slordig.

De volksvertegenwoordigers worden inderdaad geacht het volk te vertegenwoordigen en na iedere verkiezingsronde stellen zij op basis van de uitslag der verkiezingen uit hun midden een regering aan die verantwoordelijk is voor wetgeving en gecontroleerd wordt door het parlement. De essentie van de vertegenwoordigende democratie is coalitievorming op basis van rationele compromissen en de garantie dat ook de belangen van minderheden gediend worden. Het landsbestuur is een veelomvattende taak die je er niet even bij kunt doen en daarom geven we de voorkeur aan parlementsleden die daarvan hun beroep hebben gemaakt: politici.

De populariteit van het populisme kan worden verklaard - aldus Ankersmit - doordat na de dood van de ideologie de kiezer de samenleving verdeelde in het volk dat de onverdunde vertegenwoordiging van de volkswil verlangt en anderzijds een corrupte elite die met dezelfde volkswil de meest rare en onvoorspelbare kunsten uithaalt.

Maar Ankersmit gaat en passant geheel voorbij aan de belangen van minderheden en aan het feit dat de organisatoren van het jongste referendum het volk gewoon belazeren en niet eerlijk waren over hun eigenlijke motieven.

Ankersmit meent dat het populisme belangrijke zaken aan de orde stelt: wat is de nationale identiteit, is er ruimte voor een 'nationaal thuis' in een globaliserende wereld en welke bescherming biedt de natiestaat tegen ongewenste sociale, culturele en economische invloeden van buiten?

Hoezo zijn dit typisch populistische thema's en zouden deze werkelijk niet in een vertegenwoordigende democratie aan de orde kunnen worden gesteld? Ook gaat Frank Ankersmit volledig voorbij aan de illusoire koopwaar van populisten.


Maar Frank Ankersmit zit dan ook in de Raad van Advies van Forum voor Democratie en dan snappen we alles weer. Ik persoonlijk kies liever voor een politiek waarin het begrip 'solidariteit' nog inhoud heeft. Populisme ontaardt aan het einde van de dag in de dictatuur van de meerderheid.

zondag 1 januari 2017

Debat? Er is geen debat!


In een uitstekend artikel in de NRC van oudejaarsdag stelt Bas Heijne vast dat het huidige "conflict" (in de westerse samenleving, voeg ik daar aan toe) vooral ideologisch van aard is: universalisme tegenover nationalisme, gelijkheidsdenken tegenover groepsdenken, het streven naar gezamenlijkheid tegenover identitaire eigenheid.

Hij haalt onder meer de Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel aan die twee redenen geeft voor de teloorgang van het debat: in de eerste plaats het marktdenken, het geloof dat marktwerking alles zal reguleren en in de tweede plaats angst, de angst dat we het met elkaar oneens zijn, waardoor we niet met die ander in gesprek gaan maar hem gewoon negeren.


Dat eerste argument lijkt mij hout snijden, het tweede niet (Bas Heijne gelooft er ook niet zo in). We nemen elkaar voortdurend de maat maar passen wel op daarbij met elkaar in gesprek te gaan. Het probleem is niet zozeer de toon van het debat, aldus Heijne, maar veeleer het gegeven dat er alleen maar toon is en geen debat.

Het populisme is er duidelijk in geslaagd de hang naar een radicale terugkeer naar een gemeenschap die bedreigd wordt door elementen die niet in onze cultuur passen en door een bestuurlijke elite die deze op een fatale manier laat ondermijnen door een hypocriet of verdwaasd geloof in de idealen van de Verlichting, die hang te doen nestelen in het gevoelsleven van een groot deel van de bevolking.


Pleiten voor meer feitelijkheid alleen zal niet voldoende zijn, aldus Bas Heijne. In de eerste plaats moeten we het aandurven ideologisch eerlijk te zijn. Het gaat er niet zozeer om wie we zijn maar om wie we willen zijn. Heijne opteert voor het Verlichtingsdenken in combinatie met de nu kennelijk  zo node gemiste gemeenschapszin. Hierover moeten we met elkaar in gesprek gaan, maar dat zal pas lukken wanneer de toon van het debat verandert.

Helaas laat Bas Heijne het hier bij. Helaas, want de hamvraag is natuurlijk hoe we de geest weer in de fles krijgen. Volgens mij zijn bij uitstek politici daarvoor verantwoordelijk. Zij zetten de toon, de populisten voorop. Zij hebben geen enkel belang bij een evenwichtig debat. Ze hebben hun electoraat nu juist jarenlang wijs gemaakt dat een evenwichtig debat niks oplevert. De elite praat nu eenmaal met meel in de mond, is politiek correct en vult slechts zijn zakken. Dat beeld mag niet worden gerelativeerd. Dat is politiek onwenselijk.

Ik ben het honderd procent eens met Bas Heijne maar dat debat gaat er niet komen in 2017. Er zijn geen maatschappelijke protagonisten of opinion leaders, er zijn geen politici die richting weten te wijzen en er is geen ontvankelijke bevolking meer. We leven dan ook in een uiterst tumultueuze en ronduit gevaarlijke tijd. Dat ik zulke woorden op moet schrijven aan het begin van een nieuw jaar!

zaterdag 17 december 2016

Zwevende kiezer?


Nou, dat zal wel meevallen met al die boze Nederlanders die met elkaar kennelijk het volk uitmaken. Ze hebben ruim keuze op rechts, want dat lijken ze toch wel met elkaar gemeen te hebben. Of misschien moet je zeggen dat populisme zich per definitie op de rechterflank bevindt. Er zijn vast voorbeelden van links populisme te vinden maar die gedijen niet op West-Europese bodem vermoed ik zo.

Ik verwacht bij de komende verkiezingen relatief weinig zwevende kiezers, kiezers die pas in het stemhokje besluiten op welke persoon of partij ze hun stem gaan uitbrengen. Zelf ben ik nog nooit een zwevende kiezer geweest ook al word je, levend in een kleine gemeenschap, bij gemeenteraadsverkiezingen nogal eens gedwongen een tactische stem uit te brengen.


Ook bij de komende verkiezingen zal ik geen zwevende kiezer zijn. Ofschoon ik Groen Links gevoelsmatig nog steeds niet de manier waarop ze Jolande Sap hebben afgeserveerd heb vergeven, zal ik bij de komende verkiezingen vrijwel zeker mijn stem op die partij uitbrengen. En waarom weet ik dsat nu al zo zeker? Omdat de leden van de partij hebben uitgesproken dat de partij het voorstel van Rutte inzake het ratificeren van het associatieverdrag met Oekraïne moet steunen.


Kijk, dat bevalt mij nou. Geen ruimte voor politiek-strategisch gechicaneer. De Groen Links-Kamerleden hadden gehoopt niet nu al te worden vastgepind op een standpunt maar daar staken de leden van de partij een stokje voor. Ik ga hier niet meer uitleggen waarom dat verdrag tegen de volkswil in geratificeerd dient te worden. Wie het nu nog niet snapt, zal wel nooit het licht zien. Maar dat nieuwe elan bij Groen Links - het Jesse-effect zonder twijfel - bevalt mij wel en verbaast me ook niet. De sociaaldemocratische partijen zitten in de hoek waar de klappen vallen maar circa de helft van de Nederlandse bevolking moet onderdak vinden bij een van de gevestigde partijen. Een deel is christelijk, een deel liberaal. Maar het links-liberale deel moet kiezen uit D'66 en Groen Links. De club van Pechtold heeft te vroeg gepiekt, zo lijkt het. Ik ben er wel uit.