Posts tonen met het label Abou Jahjah. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abou Jahjah. Alle posts tonen

maandag 9 januari 2017

Is Abou Jahjah een destructief radikalo geworden?


In zijn jongste boek Pleidooi voor radikalisering maakte Abou Jahjah een onderscheid tussen destructief en constructief radicalisme. En toonde zich voorstander van de laatstgenoemde vorm. In reactie op de aanslag met een vrachtwagen in Israël afgelopen weekend plaatste Abou Jahjah de volgende mededeling op Facebook: "An attack on occupation SOLDIERS in occupied territory is not terrorism! It is an act of Resistance".

In reactie hierop heeft het Belgische De Standaard besloten voortaan geen columns van Abou Jahjah meer te plaatsen. De krant vindt het steunen van geweld zonder onderscheid onacceptabel. Waarop de columnist liet weten: "Ik wist dat deze dag ging komen. Ik ben bereid om daar de prijs voor te betalen. Ik blijf trouw aan mijn principes en gerechtigheid in deze wereld".


Hamas en de familie van de dader hebben de aanslag toegejuicht en dat is wrang. Maar er zit ook een zekere logica in. In een asymmetrische oorlog wordt met andere wapens en methodes gevochten dan in een conventionele oorlog. En van Palestijnen die zich verzetten tegen de bezetting door Israël kun je inderdaad zeggen dat zij "in het verzet" zijn gegaan. En strijden met al die middelen die hen maar ten dienste staan.

Ik begrijp dat mensen onder bepaalde omstandigheden voor geweld kiezen, hoezeer ik zelf geweld ook verafschuw. De positie die Abou Jahjah nu inneemt is, zoals gezegd, niet zonder logica. En als ik er goed over nadenk reageert hij hiermee niet als een destructieve radikalo. Al deze afschuwelijke uitingen van geweld brengen de oplossing van het conflict geen stap dichterbij. Maar wat moeten de Palestijnen dan? Lijdzaam toezien hoe Israël steeds meer land bezet en steeds meer illegale nederzettingen bouwt? Hebben zij niet het morele recht op verzet? En wat is dan geoorloofd? Denkt u nog eens terug aan het Verzet zoals wij dat kennen uit de boeken van Lou de Jong. Beschouwden wij de mannen en vrouwen die deelnamen aan het verzet tegen de Duitse bezetter niet ook als helden?

Als er een verschil is, waarin zit hem dat dan? Er komt maar geen einde aan dit afschuwelijk drama.

maandag 4 juli 2016

Schrijvers die schrijvers het schrijven verhinderen


Ik schreef hier al eerder over Abou Jahjah die later dit jaar een boek ziet verschijnen bij De Bezige Bij. Zeer tegen de zin van andere schrijvers zoals Leon de Winter, Jessica Durlacher, Marcel Möring en Tommy Wieringa. In de NRC van 2 juli schrijft A.H.J. Dautzenberg hierover:
"Het is blijkbaar niet mogelijk om binnen één uitgevershuis van mening te verschillen over netelige politieke kwesties. En dus stappen schrijvers op. Ik noem dat verwend en decadent gedrag. De politieke en humanitaire verhoudingen tussen Israël en Palestina, of kernachtiger geformuleerd: tussen joden en moslims, kunnen dus niet worden verkend in één huis".
Durlacher en Wieringa zijn nogal halfslachtig in hun reactie, ze schenken troebele wijn. Beiden zullen hun eerstvolgende boek bij een concurrerende uitgever uitbrengen. De Winter en Möring dreigen ook met opstappen.

Nu staat het schrijvers natuurlijk vrij om van uitgever te wisselen maar bezwaar maken tegen de publicatie van een boek dat nog geschreven moet worden is natuurlijk onzinnig en onaanvaardbaar. Zeker wanneer zo'n bezwaar afkomstig is van schrijvers.

Jahjah zal zich wel niet altijd even genuanceerd over dit onderwerp hebben uitgelaten maar Dautzenberg merkt terecht op dat iemand als de Winter zich evenzeer bedient van hyperbolen en karikaturen.

De schrijvers in kwestie zullen hun definitieve vertrek bij De Bezige Bij vermoedelijk uitstellen tot het boek van Jahjah gepubliceerd is. Ze zullen er ongetwijfeld aanleiding tot opstappen in aantreffen. Ik weet niet hoe het u vergaat maar van zulke schrijvers wens ik geen letter meer te lezen. Nooit meer.
Dat De Bezige Bij voet bij stuk mag houden en zich niet laat chanteren door deze ondermaatse scribenten.

zondag 17 april 2016

Leon de Winter verdient een lezersboycot


De NRC heeft Abou Jahjah gevraagd te reageren op de aantijgingen van collega-schrijvers maar daar heeft hij weinig zin in. Terecht mijns inziens. Waarom tijd en energie steken in het onverdraagzame geleuter van Leon de Winter en Theodor Holman als er belangrijker zaken te bespreken zijn?

Jahjah schrijft dat hij graag tijd vrijmaakt voor een debat over de status van Israël in Europa, over de positie van de islam en de moslims in Europa, over de vraag waarom Europa nog steeds geen afstand neemt van Saudi Arabië, het broeinest van het wahabisme, de leer die aan de basis ligt van de ideologie van IS en consorten, over gelijkheid in de moderne Europese samenleving, over internationale politiek en geopolitieke overwegingen die die politiek beïnvloeden en bepalen, over de ecologische ramp die we over onszelf afroepen.

Hoe langer ik erover nadenk hoe kwader ik word. Met hun pleidooi om Abou Jahjah te verbannen uit de Bezige Bij burelen plaatsen de Winter en consorten zich op één rij met de bekendste boekverbrander van deze tijd, u weet wel, die antidemocratische populistische nationalist.

Ik boycot vanaf nu Leon de Winter en iedere andere schrijver die zich achter zijn onverdraagzame pleidooi schaart. En een eerste oordeel over Jahjah kan ik pas vormen als ik zijn aanstaande boek gelezen heb. Vooralsnog lees ik hem als een betrokken man die zinnige dingen zegt. Ik heb nog geen aanleiding gevonden hem als een crypto-racist te beschouwen.

donderdag 14 april 2016

Gedoe om Abou Jahjah


Onlangs voerde ik Abou Jahjah op in deze kolommen vanwege zijn open brief bij gelegenheid van de aanslagen in Brussel. In het najaar komt er van zijn hand een boek uit bij de Bezige Bij onder de titel Pleidooi voor radicalisering.

Een illuster gezelschap heeft hier kennelijk grote problemen mee, zoals daar zijn Leon de Winter, Theodor Holman en Marcel Möring en naar het schijnt Jessica Durlacher. Leon de Winter vraagt zich af of ze helemaal gek zijn geworden bij de Bezige Bij. Durlachter herhaalt haar opmerkingen in de Groene Amsterdammer: "Iemand die het woord zionisten gebruikt voor joden en zichzelf een antizionist noemt, tja, hoe noem je zo iemand?" Marcel Möring zegt dat hij eerst het boek afwacht maar weet nu al te melden: "Je geeft een boek uit om intrinsieke en stilistische kwaliteiten, die zie ik niet". Vreemd, nietwaar?


Het probleem schijnt te zijn dat Abou Jahjah een duidelijk standpunt inneemt tegenover de bezettende macht Israël. Ik denk daar niet anders over en weet van mijzelf dat ik mij nog nooit antisemitisch heb uitgelaten. Van Jahjah heb ik evenmin ooit antisemitische geluiden vernomen maar misschien heb ik niet goed opgelet. Holman suggereert dat Jahjah uit zou zijn op of opgeroepen zou hebben tot de vernietiging van de staat Israël. Ik heb die oproep niet kunnen vinden.


Ik zou zelf nooit oproepen tot de vernietiging van de staat Israël maar ik ben er wel van overtuigd dat die staat een historische vergissing is gebleken. Althans waar het erom gaat hoe de idee van een eigen staat voor joden in de praktijk is geïmplementeerd.


Het wordt toch wel erg onaangenaam hier wanneer schrijvers andere schrijvers niet gepubliceerd willen zien omdat ze hen onwelgevallige opvattingen hebben. Ik verfoei lieden als Leon de Winter, die nota bene Badr Hari een sieraad voor onze samenleving durfde te noemen maar nu van zijn uitgever een publicatieverbod eist voor een collega-schrijver. Wie polariseert hier eigenlijk?


Jammer dat we nog tot september moeten wachten voordat dat boek uitkomt. Ik ga het zeker lezen, u ook?