maandag 11 april 2016

Verdriet verdrinken


Wat doet een mens na die quasi-democratische wanvertoning van een volksraadpleging die niets anders dan volksverlakking was? Je kunt kwaad worden maar dat helpt niet. Wat doe je dan om je frustraties kwijt te raken? Ik zal het u zeggen: ik heb mijn verdriet verdronken. En mocht u ooit eenzelfde aanvechting krijgen, doe dan net als ik en reis naar Dublin.


De trip van drie broers stond al gepland en ving aan daags na die hierboven aangehaalde wanvertoning. Ik was al eens eerder in Dublin maar dat is inmiddels ook alweer een jaar of zeven geleden. Dublin is een merkwaardige stad. Er is eigenlijk nauwelijks enige bezienswaardigheid die je niet had willen missen. Architectonisch of cultureel valt er weinig of niets te genieten. Ik weet het, ik overdrijf maar in grote lijnen klopt het wel. En de Ierse keuken bestaat toch vooral uit veel vlees en dikke frieten. Ook zijn er veel bedelaars in de stad, soms wel erg jong en altijd weer geven ze je een ongemakkelijk gevoel. Hoe snel niet zijn we geneigd weg te kijken, ik ook. En dan is er tot slot nog het weer in Ierland. Wij mochten dit keer niet klagen, grotendeels droog en zelfs occasional sunshine. Niettemin daalde de temperatuur in de Wicklow Mountains waar we de derde dag rond toerden naar het nulpunt en viel er zelfs sneeuw. En alle drie de dagen was het er gewoon koud, erg koud.


Maar denk nou niet dat deze trip ons tegenviel, integendeel. Deels lag dat natuurlijk aan het vertrouwde gezelschap maar een groot deel was ook te danken aan Dublin en de Dubliners. Goed, een deel van de nu al omvangrijke toeristenschare komt voor de Tempel Bar waar alle bars en café's - en dat zijn er heel erg veel - overvol zijn en vooral worden gefrequenteerd door jonge jeugd, waartoe ik mijzelf helaas niet meer mag rekenen.


Vermoedelijk is Dublin de stad met de hoogste bardichtheid. Onvoorstelbaar, zo veel kroegen, en dan ook nog afgeladen vol. Die Ieren moeten onwaarschijnlijk veel alcohol consumeren en van de weeromstuit doen de toeristen gewoon mee. Wij ook. En ik moet zeggen, de Smith Wicks, de O'Hara Red en the Galway Hooker smaakten mij voortreffelijk. Om maar te zwijgen van de Guinness natuurlijk. Dit keer bezochten we het fantastische Guinness Store House, een prachtige ervaring en een fantastisch gebouw. De toegang is fors - € 20 - maar zonder meer de moeite waard. Je krijgt voor die prijs aan het einde ook nog een heerlijke pint Guinness en ondertussen heb je de hele geschiedenis van de achtenswaardige bierbrouwerij voorgeschoteld gekregen.





Maar wat me het meest aangenaam trof waren de Ierse whiskey's (die -e- hebben de Ieren toegevoegd om zich van de Schotten te onderscheiden). We bezochten de Jameson facilities en de Teeling distilleerderij en ook hier lagen de toegangsprijzen op een aanzienlijk niveau maar daar kreeg je dan wel weer een voortreffelijke tasting van drie verschillende whiskey's voor.


Bij Jameson bezweek ik voor een Midleton Very Rare. Zodanig zeldzaam dat mijn naam in een heus register werd opgenomen dat vervolgens weer achter slot en grendel maar wel zichtbaar voor het publiek verdween. In een prachtig kistje natuurlijk, die Midleton Very Rare. En toen ik diezelfde avond in een van die prachtige kroegen een Midleton zag staan bestelde ik er een zonder naar de prijs te vragen. Dat glaasje kostte me € 20 maar ik zeg u, ik heb ervan genoten. En behalve de Teeling en de Jameson hebben we ook de Green Spot en de John Powers gedronken, stuk voor stuk voortreffelijke whiskey's. Ik kan er geen genoeg van krijgen.


En dan tot slot die aparte ervaring met vrouwen die je alleen in Groot Brittannië tegenkomt en ook de Ierse vrouwen weten hier raad mee: de hen parties. De vrijgezellenparties voor aanstaande bruiden. Het is er een complete industrie geworden. Gedurende de paar dagen dat wij in het overigens zeer gezellige en uitstekende Jurys-hotel verbleven, waren we getuige van zeker drie hen parties. Onvoorstelbaar hoeveel plezier die vrouwen maken. Google maar eens op hen party en je staat versteld van de omvang van dit fenomeen. Wat ik het meest bewonder aan Ierse vrouwen is hun volstrekte ongevoeligheid voor kou. Als ik mijn jas tot bovenaan dichtdoe en de handen diep in de zakken stop, lopen zij in een flinterdun jurkje met veel decolleté zonder jas naar buiten, de stad in. Bijna akelig om te zien maar het interesseert hen niet in het minst.


Eén dag gebruikten we voor een rondrit door de Wicklow Mountains, de Military Road die ons langs Sally Gap bracht en via de Wicklow Gap naar Glendalough en uiteindelijk naar het hoogste dorpje in Ierland, Roundwood. Op de terugweg reden we langs de kust naar Black Rock waar een fraaie pier bijna zondagse verpozing bracht.


Dublin? Er is niks aan en de rest van dat prachtige land is eindeloos veel mooier. Maar Dublin is desondanks onvergetelijk en een buitengewoon genoegen waar je met heimwee aan terug denkt en die heimwee begint al als je voor het laatst je hotelkamerdeur achter je dicht trekt. En dan realiseer je je dat Dublin vooral ook zo'n indruk maakt door de Ieren zelf. Het zijn harde werkers en stevige drinkers, ze hebben geen kapsones en lijken zich weinig illusies te maken. Maar die Ieren hebben iets wat je in die mate maar heel erg weinig tegenkomt: een onweerstaanbaar gevoel voor humor, zelfspot incluis.

Voor de gehele fotoreportage klik op foto's Dublin april 2016

Geen opmerkingen: