woensdag 3 oktober 2012

Intellectuele luiheid


Het meest spectaculaire boek dat ik in lange tijd las is Universum uit het niets van de Amerikaanse natuurkundige en kosmoloog Lawrence Krauss. Geen gemakkelijk boek voor een niet-natuurkundige maar desalniettemin ongekend fascinerend.
Krauss beschrijft de weg van de wetenschap naar de oerknal en naar de toekomst van ons heelal. Voor wie er iets meer van wil weten, zoek de boekbespreking op www.ennonuy.com. Maar om het boek in enkele zinnen samen te vatten: wij kennen slechts 1% van de materie in ons heelal. De rest is donkere materie en donkere energie. We weten daar nog vrijwel niets van maar in de huidige wetenschap wordt aan het bestaan van lege ruimte, donkere materie en donkere energie niet meer getwijfeld.
De oerknal heeft zich precies 13,72 miljard jaar geleden voorgedaan. Of we ooit tot een exactere leeftijdsbepaling komen lijkt niet voor de hand te liggen. Hoe dichter bij de oerknal, hoe hoger de temperaturen en vanaf een zeker moment valt er niets meer waar te nemen.
Wel wordt meer dan aannemelijk geacht dat ons heelal is ontstaan uit niets, uit lege ruimte. Niets wordt gekenschetst als een uitermate instabiele staat, waar per definitie wel iets uit moet ontstaan. De bewijsvoering hiervoor is natuurlijk ontelbare malen ingewikkelder dan ik hier voorstel, maar dit is dan ook een terrein waarop ik gerespecteerde wetenschappers niet meer kan volgen en me moet beperken tot het vertrouwen dat ik in de wetenschap als zodanig heb.
Ook laat Krauss ons zien dat uit alle wetenschappelijke theorieën en de op basis daarvan uitgevoerde experimenten en metingen als bewezen wordt beschouwd dat wij in een vlak heelal leven dat steeds verder uitdijt. Wij weten niet beter of een snelheid hoger dan die van het licht is niet mogelijk. Maar dat geldt niet voor de snelheid waarmee ons heelal uitdijt. Die snelheid zal op zeker moment wel degelijk hoger dan die van het licht zijn.
En dat betekent dat wij straks alleen zullen zijn met de samengeklonterde sterrenstelsels (de Andromeda-nevel zal zich over 3 miljard jaar samenvoegen met ons sterrenstelsel) terwijl de ruimte om ons heen steeds leger, steeds donkerder en steeds kouder wordt. Vanaf een zeker moment, over 2 biljoen jaar, zal de ons omringende wereld zo ver van ons verwijderd zijn dat ze niet meer waargenomen kan worden. Vanaf dat moment kan dan ook de oerknal niet meer worden waargenomen en hebben wij het punt benaderd waarop we op dat sterreneiland levend, geen enkel spoor meer na zullen hebben gelaten. Voordat het zover komt is onze aarde allang opgeslokt door de zon. Maar hoe het ook zij, als er tegen die tijd nog een menselijke soort is - if so uiteraard geëvolueerd tot een aan de nieuwe omstandigheden aangepaste soort - dan zal die een veilig heenkomen hebben moeten zoeken binnen het enige sterrenrijk dat die 'mens' dan nog zal kennen en waarnemen. Onze biotoop is dan wel heel erg klein geworden vergeleken bij het universum zoals wij dat nu kennen. En dan laat ik die andere aanname dat er zeer waarschijnlijk sprake is van een multiversum maar even achterwege. In die andere universums bestaan wellicht andere dimensies en is er vrijwel zeker sprake van geheel andere natuurkundige wetten.
Natuurlijk is de menselijke maat volstrekt ontoereikend om bij te blijven op de schaal van ons heelal. Maar het is buitengewoon fascinerend en knap dat onze wetenschappers het heelal en daar geldende wetmatigheden hebben kunnen ontrafelen tot op het punt waar we nu zijn aangeland. En daarvoor geldt slechts één voorwaarde: nieuwsgierigheid. Willen weten. Niet waarom maar hoe. Moeilijke vragen uit de weg gaan door daar de godsidee neer te zetten beschouwt Krauss als intellectuele luiheid. Een mooie kwalificatie wat mij betreft en ik kan me er (uiteraard) geheel in vinden. Een formidabel boek!

Geen opmerkingen: